Erfgoed festival Gelderland

Directeur Mijke Pol voor cultuurplatform van de provincie Gelderland

 

 

Waarom het festival er zo uitziet

 

De opmerkzame kijker was het waarschijnlijk al opgevallen dat het Erfgoedfestival compleet anders is dan de afgelopen jaren. Het vindt plaats op een ander tijdstip, met een andere vorm en een andere manier waarop we de inhoud vertellen. Bij zo’n verandering, hoort ook een nieuw uiterlijk.

 

Over dat uiterlijk heb ik nog te weinig gesproken. Terwijl we er de afgelopen maanden erg druk mee zijn geweest. Want waarom ziet het Erfgoedfestival er grafisch uit, zoals het er nu uitziet?

 

De ontwikkeling van een huisstijl is belangrijk. Grafische vormgeving is een vak. Wat mij betreft zou je het, goed aangepakt, ook als een autonome kunst kunnen zien. Te vaak schuiven we ontwerpers en grafische vormgevers in een ondersteunende rol: ze voeren slechts uit wat een communicatie- of marketingafdeling bedacht heeft.

 

Het is een interessante discussie. Wanneer is iets ondersteunend en wanneer niet? Bij het Erfgoedfestival zijn we een experiment aangegaan: zo we hebben alle filmmakers de vrijheid gegeven zelf te bedenken hoe en wat ze wilden filmen. We stuurden tien filmploegen afgelopen zomer de provincie in met die vrijheid. Dat komt vanuit een diep geloof dat mensen bloeien wanneer ze de vrijheid krijgen. Want de basis van die vrijheid is vertrouwen. Vertrouwen in iemands deskundigheid en creativiteit. Daarover in een volgend blog meer.

 

Die vrijheid hebben we ook gegeven aan de grafische vormgevers van Studio Boot. Het werk van Boot is op talloze plekken te zien (van postzegels tot boeken) en hangt al jaren in het MoMa in New York. Edwin Vollebergh en Petra Janssen, het duo achter Boot, hebben de smoel van allerlei grote bedrijven, producten, locaties en festivals bepaald. Hoewel het voor grafische vormgevers een horror is om met opdrachtgevers te werken die zeggen ‘doe maar wat’, is het ook behoorlijk vervelend dat allerlei directies en marketeers denken dat ze grafische vormgevers zijn. Of in ieder geval: dat ze hun eigen smaak te vaak verwarren met kennis. En dat, als een directeur iets niet ‘mooi’ vindt, er direct nieuwe versies gemaakt moeten worden.

 

Boot heeft van het Erfgoedfestival de vrijheid gekregen. We hebben lange gesprekken met hen gevoerd over het festival, over de locaties in Gelderland en over erfgoed in het algemeen. Daarbij hebben we ook een duidelijke wens geformuleerd: de inhoud van het festival (de samenwerking tussen kunst en erfgoed, waardoor historische thema’s naar de actualiteit getrokken worden) moet op een of andere manier terugkomen in de vormgeving. Op deze manier wordt vrijheid niet hetzelfde als ‘doe maar wat’.

 

Ik vind dat Boot iets heel moois heeft afgeleverd. Hoewel dat meteen ook weer niet belangrijk is: of ik het mooi vind, is absoluut niet relevant. Of het wérkt wel. Wat mij betreft heeft het Erfgoedfestival een actuele, frisse uitstraling gekregen. En is het een vormgeving die dienend en aanvullend is aan de inhoud. Op deze manier is vormgeving niet zozeer alleen ondersteunend. Ik kan zelfs stellen dat het werk van Boot op gelijke voet staat met dat van de makers die in residentie zijn gegaan. Daarmee is grafische vormgeving een autonome kunstvorm geworden én draagt het bij aan de complete online beleving en programmering van het Erfgoedfestival.

 

Op de deskundigheid van iemand anders vertrouwen is geen vanzelfsprekendheid in veel samenwerkingen. Maar dat zou het wel moeten zijn. Het levert de mooiste resultaten op.